Nieuws & Blog

23/10/2020 - Gelijke kansen gewikt en gewogen achter een sluier van onwetendheid

Naar aanleiding van het FutureProof festival van Broederlijk Delen en Oxfam Wereldwinkels, werd me gevraagd:

“Wanneer je kleinkinderen zullen terugkijken op vandaag, wat zullen zij onvoorstelbaar vinden dat wij vandaag normaal achten? Met andere woorden: wat typeert onze samenleving vandaag? Waar zitten onze blinde vlekken?”

 

Eén van de dingen die in me opkwam, en die ik verwoord heb in de podcast, is het volgende:

De doorgeslagen meritocratie-gedachte: het idee alsof we het lot, het toeval uitgeschakeld zouden hebben.

Dat we ons daar in het begin van de 21ste eeuw zo hebben laten aan vangen, daar gaan ze later raar van opkijken, denk ik.

Heb je succes dan is dat puur je eigen verdienste, en ben je niets of niemand dankbaarheid of solidariteit verschuldigd; ben je ongelukkig of arm, dat is je eigen schuld dikke bult, je had je kansen maar moeten grijpen zoals iedereen. Dat is, volgens mij, doorgeslagen meritocratie.

Niets mis met stimuleren van ambitie en ondernemerschap, ik ben er helemaal voor; het is nuttig en noodzakelijk, maar niet voldoende.

Het houdt geen rekening met de imperfectie van elk gelijke kansenbeleid, en met het toeval dat mensen met andere talenten bedeelt en dat bij elke mens andere obstakels in de weg legt.

Gelijke kansen creëren is hyperbelangrijk en ook hypercomplex; daarnaast is er volgens mij ook nog een solidaire samenleving nodig, want toeval, voorgeschiedenis en context vlak je niet zomaar uit. Solidariteit, gebaseerd op gelijkwaardigheid, moet dat opvangen, tussen individuen, tussen groepen, tussen landen en tussen continenten.

Ze gaan terugkijken en zeggen: “waarom zat er in die ambitie van dat volkje uit 2020 geen grotere scheut bescheidenheid en solidariteit?”.

 

En wat heeft dat nu met ethiek te maken?

Met de ideeën van John Rawls, auteur van “A Theory of Justice” (“Een theorie van rechtvaardigheid”, Lemniscaat) kunnen we heel eenvoudig testen of een gelijkekansenbeleid er in geslaagd is de samenleving al voldoende rechtvaardig te maken.

Rawls vond dat je tot de meest rechtvaardige samenlevingsvormen komt als mensen afspraken maken achter de “sluier der onwetendheid”.

 

Een simpel voorbeeld: er is een reorganisatie in jouw directie, en je bespreekt met je vijfkoppig managementteam de toewijzing aan de 5 verschillende departementen van verantwoordelijkheden, targets, budgetten en teamleden. Je bedrijf draagt veelzijdigheid hoog in het vaandel.

 Stel je voor dat elke manager op voorhand weet welk departement hij of zij gaat leiden. Getrek en geduw, geroep en geschimp, geblaas en gezucht vullen de vergaderzaal. De luidste roeper haalt de ruimste middelen binnen voor het eigen departement. Elke andere blijft achter met het idee dat net zij te weinig middelen hebben om evenveel kans op slagen te hebben als de buur.

 Rawls stelt een andere aanpak voor: je zegt dat we eerst alle toewijzingen van middelen en verantwoordelijkheden gaan afspreken, en pas daarna beslist het lot wie welk departement gaat leiden. De “sluier der onwetendheid” maakt dat het plots niet meer duidelijk is wat je persoonlijke belangen zijn. Sowieso wil je nog steeds evenveel kans op succes hebben als de anderen, maar hoe ga je dat bereiken? Door elk departement een gelijke kans op succes te bezorgen, met overal eenzelfde evenwicht tussen de toegewezen middelen en de te behalen doelen. (*)

 Deze theorie van rechtvaardigheid zegt dat mensen het resultaat van het tweede scenario meer rechtvaardig vinden: zodra het je niet meer uitmaakt welke rol je gaat opnemen, heb je waarschijnlijk een rechtvaardige rolverdeling gevonden.

 

De link naar de noodzaak van het duo “gelijke kansen + solidariteit” is dan snel gemaakt, via een gedachtenexperiment.

 Stel dat iedereen op de wereld een herstart moet maken. Vraag aan iedereen hoeveel geld ze willen geven om meer kans te maken om op één bepaalde plek op aarde opnieuw geboren te worden, of om net een andere plek te vermijden. Of eenvoudiger: hoeveel geld heb je er voor over om te blijven wonen in het land waar je nu woont? Of op het continent waar je nu woont? Zolang er mensen zijn die geld willen inzetten, zit het nog niet helemaal snor met de resultaten van het gelijkekansenbeleid in onze wereld.

 Of stel je voor dat iemand met jou wil wisselen van huis en job, hoeveel heb je er voor over om dat niet te hoeven te doen, of om net wel die kans te krijgen?

 Natuurlijk spelen ook voorkeuren een rol, iemand kan de stad verkiezen boven het platteland of andersom; dat kan je neutraliseren door klimaat-type, stad-platteland-kust en andere voorkeurelementen uit te schakelen door bv de virtuele ruil te beperken tot je eigen gemeente. Of: wil je ruilen met iemand met hetzelfde beroep in een willekeurig ander land?

 Sowieso blijkt: zolang niet iedereen zijn rol wil ruilen voor eender welke andere positie in de samenleving, is de manier waarop we gelijke kansen organiseren niet voldoende om je rechtvaardigheidsgevoel à la Rawls helemaal tevreden te stellen. Er moet solidariteit bij om het geheel rechtvaardig te maken.

 

Misschien moeten we wel zo’n sluier-der-onwetendheid-thermometer opnemen in onze sociale statistieken: de ongelijkekansenindicator : (de “ik-blijf-liever-waar-ik-ben” geldsom + de “ik ruil-liever-met-een-ander”-geldsom) / het “mij-kan-het-niet-schelen”-percentage. Hoe lager, hoe beter de resultaten van ons gelijkekansenbeleid.

 

Omgekeerd is ook enkel solidariteit niet zaligmakend volgens Rawls, hij zei zeker niet dat enkel een totale gelijkheid ons rechtvaardigheidsgevoel kan vervullen. Hij formuleerde enkele voorwaarden om verschillen tussen mensen toch als rechtvaardig te percipiëren, en één van die voorwaarden is net dat iedereen gelijke toegangskansen krijgt om een rol op te nemen die van een voordelig verschil geniet.

 

Dit stukje had dus ook helemaal anders kunnen beginnen: solidariteit is niet voldoende, er zijn ook gelijke kansen nodig. Maar dat is voor een volgende keer.

 

(*) Indien het niet erg geloofwaardig is dat elke manager elk departement kan leiden, suggereert een andere bevinding van Rawls nog extra mogelijkheden om een reorganisatie rechtvaardiger aan te pakken. Betrek er mensen bij die geen eigenbelang hebben bij het scheeftrekken van het evenwicht middelen-doelstellingen, of zorg voor groepsdoelstellingen, of maak de bonus (als je die al wil hanteren) afhankelijk van het laagste resultaat binnen het managementteam.

7/10/2020 - Een verlichte kijk op het Aalsters-Brusselse dispuut over de transfers van covid-patiënten.

De burgemeester van Aalst zegt Brusselse zieken te zullen weigeren want de Brusselse overheid moet maar leren om een strenger corona-beleid te voeren, “de grenzen van onze medische solidariteit zijn bereikt”.

 

Ja, wat moet je daarvan denken?

Ik dacht, laat ons eens kijken naar wat de nog vaak geciteerde Immanuel Kant, filosoof van de Verlichting, hierover zou denken. We hangen tegenwoordig toch allemaal de Verlichtingswaarden aan, nietwaar? Velen vinden dat het ons als volk en cultuur mee definieert.

 

Kant zocht naar enkele criteria die altijd van toepassing zouden zijn om uit te maken of je gedrag ethisch is of niet. Niet van die  soms-niet-en-dan-weer-wel regels, maar normen die simpelweg altijd op alles en in alle omstandigheden van toepassing zijn. “Categorisch” quoi.  Je moest die dan volgen, anders was je gedrag sowieso niet ethisch. En moeten is een imperatief, dus wat hij zocht was een categorische imperatief.

 

Het uitgangspunt achter die regels was dat elke mens een rationeel wezen is met een waardigheid die door niemand verloochend mag worden. Je bent ook vrij, en die vrijheid geeft gewicht aan de keuzes die je maakt: je gedrag is pas echt ethisch als je ook de keuze had om onethisch te handelen maar in alle vrijheid koos je bewust toch voor de meer ethische actie. De intentie telt.

Hij formuleerde uiteindelijk drie regels in zijn “categorische imperatief”. Eén van drie is: je mag een mens niet louter als middel gebruiken om een ander doel te bereiken. Behandel elke mens als doel, niet louter als middel. Als er een mens bij geschaad, gemanipuleerd of misbruikt wordt, heiligt geen enkel doel de middelen, volgens Kant.

Het is een zeer geschikte regel om een actuele kwestie te beslechten: het laten verdrinken van mensen in de Middellandse Zee, in functie van een versterkt afschrikkingseffect bij de bevolking in de landen van oorsprong. Gebruik je hier een mensenleven louter als middel? Ik denk het wel, en ik denk dat het de ethische test van Kant niet zou doorstaan. Kant zou zeggen: elke mens redden, en de effecten op de perceptie bij andere kandidaat-vluchtelingen zijn er aan ondergeschikt.

De Aalsters-Brusselse kwestie kunnen we er ook aan toetsen: mag je een mens intensieve zorg ontzeggen, om daarmee een beleidskwestie of, erger nog, een politieke rivaliteit te beslechten? Even wat zieke mensen laten sudderen in de onzekerheid louter om collega politici wat lessen te leren? Volgens de Verlichtingswaarden is het duidelijk: dat zou een flagrante schending zijn van het principe “mens als doel, niet louter als middel”, en die houding slaagt niet in de Kant-test. En is dus niet ethisch volgens Kant.

Zoals aan alle ethiek-regels zijn er ook hier grenzen aan de oogklepperige interpretatie van deze plichtethiek. Als je iemand een loon uitbetaalt omdat die je gras maait, ben je die tuinman dan ook niet enkel als middel aan het gebruiken? Als je die tuinman respectvol behandelt, en de afspraak over de ruil karweitje-tegen-geld is door beide partijen in alle vrijheid bekrachtigd, dan is “louter als middel” niet van toepassing. Een andere conclusie dringt zich op als een betrokkene zich gemanipuleerd voelt, misbruikt.

Een medemens louter als middel behandelen is het bewust schade toebrengen aan een medemens, in functie van een ander doel.

Ja, hoor ik je zeggen, maar het zou toch kunnen dat je tijdens een pandemie niet altijd iedereen een ziekenbed kan bezorgen? Stel dat de ziekenhuizen overspoeld worden, dan moet je toch kiezen wie je opneemt en wie niet? Is dat laatste dan niet “bewust schade toebrengen”?

Wel, allereerst is het niet in functie van een ander doel, maar Kant vond bovendien dat je ook altijd naar de mate van vrijheid en de intentie moest kijken, en niet enkel naar het concrete gedrag. Als je niet de mogelijkheid, de vrijheid hebt om iedereen op te vangen, moet je het jezelf ook niet kwalijk nemen dat je die onmogelijke optie niet kon waarmaken. Zolang het ten minste niet je intentie was om bewust mensen zorg te ontzeggen. Stel je hetzelfde gedrag maar heb je wel de intentie om schade toe te brengen zonder dat de omstandigheden je voor een dilemma plaatsen, dan is diezelfde actie niet ethisch, volgens Kant.

Je kan je dus afvragen of alle bedden in Aalst dan bezet zijn op dit moment, en of er uit nood dan wel intentioneel zorg wordt ontzegd. De Morgen:

““Het is niet zo dat de capaciteit wordt overschreden door mensen die vanuit Brussel komen”, zegt woordvoerder Chris Van Raemdonck (van het ASZ). “Dat is zeker niet het geval.””

Zou het niet plezant zijn dat we allemaal in dergelijke kwesties enkel moeten opperen “mens als doel, niet louter als middel”, en iedereen begrijpt onmiddellijk wat we willen zeggen? Dat dat begrip in onze taal zit, op school geleerd wordt om de dialoog over ons rechtvaardigheidsgevoel efficiënter te laten verlopen?

Sweatshops: onethisch wegens “mens als doel, niet louter als middel”! Hier opgegroeide kinderen uit het land zetten want “de wet is de wet en we willen geen perceptie van wetteloosheid creëren”: niet doen, “mens louter als middel”! Relaties bewust kapotmaken op een eiland in functie van een uitdagend TV-programma: Kant says no. Een farmabedrijf dat de hand heeft in de media-aandacht voor de noodkreet van ouders van een ziek kind, net op het moment dat er met de minister van Volksgezondheid een afspraak over de prijs van het medicijn gemaakt wordt: onethisch, en daar kennen we een begrip voor: “mens louter als middel”!

Nog zo gek niet, die Verlichting.

 

https://www.demorgen.be/nieuws/aalst-wil-brusselse-coronapatienten-weigeren-grenzen-van-medische-solidariteit-zijn-bereikt~bfc14944/

https://www.standaard.be/cnt/DMF20130503_00566874

https://www.tijd.be/politiek-economie/belgie/algemeen/ziekenhuizen-elke-dag-opnieuw-moeten-we-puzzelen/10256174

24/09/2020 - Heeft een gezondheidseconoom een ander moreel kompas dan u en ik?

Gezondheidseconomen leggen bij het rechtvaardigen van hun stellingnames vaak de nadruk op het onderzoek naar de positieve en negatieve gevolgen van hun voorstellen, en betogen dat je best de actie kiest met het grootste netto-positief gevolg voor de samenleving. Een soort boekhouding van de plusjes en de minnetjes als gevolg van een actie, en de actie met de grootste netto-winst is dan de meest ethische keuze (“Een kosten-batenanalyse, dus.”, vrtnws.be 31/3/2020).

Is deze manier van moreel afwegen gestoeld op een historisch gedachtengoed?

Jazeker: in de 18de eeuw kwam er reactie op de overheersing van de toenmalige ethiek die vanuit religieuze hoek opgelegd werd, die kwam er namelijk op neer dat je een deugdzaam leven moest leiden want anders zou God je straffen. Consequentialisme, of gevolgen-ethiek, wilde geen angst-gebaseerd moreel kompas meer, stelde dat de mens zelf wel kon afwegen wat het best voor hem was, en zette in op onpartijdigheid en nut: het grootste goed voor het grootst aantal mensen. Je bent verantwoordelijk voor de gevolgen van je daden, en je bent pas ethisch als je de gevolgen onderzoekt bij elke betrokkene die impact gaat ondervinden van je daden, en als je dan handelt volgens wat in totaal het meest nut oplevert.

Deze ethische stroming heeft historisch veel goede dingen bevorderd,

zoals het algemeen stemrecht, en heeft nog steeds vele en invloedrijke aanhangers. Zo is er Peter Singer die het gedachtengoed over dierenwelzijn en ontwikkelingshulp erg beïnvloed heeft. Je kan ook stellen dat het klimaatbeleid best wel baat zou hebben bij wat meer bewustzijn van de lange termijn gevolgen van het huidig beleid.

Maar puur redeneren volgens gevolgenethiek botst uiteindelijk ook op grenzen.

Stel je voor dat je spoedarts bent, en in je afdeling liggen vier patiënten: een zo goed als gezonde man, en drie mensen die elk een ander falend orgaan hebben, zonder donororgaan zullen die drie snel sterven. De gevolgenethiek zou hier zeggen: het beste dat je kan doen is de gezonde man opofferen (één minnetje) en de drie anderen redden met de organen van die ene man (drie plusjes). Netto-effect  + twee. Iedereen zal aanvoelen dat dit schuurt met je rechtvaardigheidsgevoel: er speelt blijkbaar ook zoiets als het individuele recht op autonomie over je lichaam. De blik van de consequentialist lijkt het bos te zien, maar niet de bomen.

Een grens bij het toepassen van gevolgenethiek is dus dat het minderheden onder druk zet: de rechten van enkelen dreigen in de totaalsom niet op te wegen tegen het totale nut voor de meerderheid. Heel vaak is het begrip “draagvlak” de verwoording van een gevolgenredenering: “de meerderheid snakt naar meer bewegingsvrijheid, dus ik vind de vele kleine plusjes die horen bij het teruggeven van die bewegingsvrijheid bij de meerderheid beslissend, ongeacht de grote negatieve gevolgen bij enkelen.”

Een andere moeilijkheid is dat niet alle gevolgen in cijfers uit te drukken zijn, en dat gevolgen soms verkeerd ingeschat kunnen worden. Zo blijkt de impact van strenge sociale corona-maatregelen op de economie volgens recente onderzoeken, minder dan initieel gedacht (zoals o.a. Gert Peersman en De Grauwe benadrukken).

Gevolgenethiek is dus erg gevoelig voor de zorgvuldigheid waarmee het gehanteerd wordt.

En vaak helpt het om tot betere ethische redeneringen te komen als je het combineert met denkoefeningen over andere ethische concepten, zoals plichten en rechten, vrijheid, autonomie, verantwoordelijkheid en deugden.

Dat wordt gelukkig ook soms schoorvoetend bevestigd door gezondheidseconomen: “In sommige gevallen telt de berekening van de gezondheids­econoom niet.” (De Standaard, 1/4/2020)

Wat zou bv het gevolg zijn als ziekenhuizen corona-patiënten moeten beginnen weigeren, en het principe verlaten wordt dat de samenleving zich over iedereen ontfermt? Misschien gaat zorgpersoneel dan werk weigeren, vanuit de redenering dat het niet rechtvaardig is dat zij die grotere besmettingsrisico’s lopen, geen kans op verzorging meer geboden zal worden. Wat gaan de politieke gevolgen zijn als burgers die hun leven lang bijgedragen hebben om de sociale welvaartstaat te financieren, merken dat de overheid zegt dat ze het prima vindt om niet meer voor iedereen haar best te doen?

Het lijkt er op dat het goed is dat beleid niet afgestemd wordt op een éénzijdig onderzoek van de gevolgen, maar dat andere principes ook hun rol moeten spelen.

Misschien moeten rechten en plichten, deugden en rechtvaardigheid wel de ondergrens van het beleid vastleggen, en kunnen we binnen dat kader kiezen voor het beleid met de meest positieve welzijnsgevolgen.

24/09/2020 - Extra datum open opleiding "Ethiek: zin in zinderend zinnigs": 7+8 december 2020

9.00 uur – Geetbets: Heerlijckyt van Elsmeren. De opleiding “Zin in zinderend zinnigs”: tweedaagse basisopleiding Ethiek, een praktische toepassing van de grote westerse stromingen in de ethiek.
Prijs: 850,00 € incl BTW voor de tweedaagse opleiding met overnachting. 25% korting voor particulieren, VZW’s en CV’s in de sociale sector.

 

INSCHRIJVEN

 

23/09/2020 - Heeft een viroloog een ander moreel kompas dan u en ik?

Virologen in België zijn gebonden aan de artseneed en de code der artsen. De essentie daarvan komt neer op “kwaliteitsvolle geneeskunde ten dienste van de medemens en de samenleving … “, met leidende principes als professionaliteit, respect, integriteit en verantwoordelijkheid.

De essentie van die richtlijnen is dat je de waardigheid en autonomie van de zorgbehoevende op integere en professionele manier zal respecteren bij je poging om die weer gezond te maken. En vooreerst: niemand schade toebrengen.

Deugdethiek:

Een deel van deze code is gestoeld op het idee dat een arts zich deugdzaam moet gedragen: je doet je stinkende best, je moet moedig zijn, iedereen gelijk behandelen, excessen weren, gezond verstand tonen en in alle omstandigheden je verantwoordelijkheid nemen om het beroep niet te schaden. “Verbeter de wereld, begin – als arts – bij jezelf”.

In de ethiek is dit de stroming die als deugdethiek bekend staat. Historisch gezien gaat die al mee van bij de Griekse filosofen, en is die vandaag de dag ook nog heel sterk aanwezig, zo heeft de deugd-ethicus Alisdair MacIntyre het integriteitsbeleid bij overheden sterk beïnvloed.

Zelf het goede voorbeeld geven, werkt inderdaad vaak om ook je omgeving positief te beïnvloeden (spiegelneuronen, iemand?), en het is alvast iets dat je zelf in de hand hebt en fatalisme tegengaat.

Het centrale thema van moed en verantwoordelijkheid verklaart ook dat de virologen wel eens verontwaardigd opperen dat politici de beleidsbeslissingen te weinig durfden komen verdedigen in de media. En het niet-schaden-principe verklaart de verwachting dat er middelen uitgetrokken worden om voor iedereen een ziekenhuisbed te voorzien.

Maar een te enge focus op je deugdzame zelf is niet steeds zaligmakend: als jouw mening iemand nodeloos zou kwetsen, laat je dan je deugdelijke eerlijkheid toch niet even achterwege? Het lijkt er op dat je soms toch ook even naar de gevolgen moet kijken en niet alleen naar je deugden. Ruw gesteld: de blik van een deugdethicus ziet vaak enkel zijn boom, en niet het bos. Voor epidemiologen is dit redelijk evident, zij kijken sowieso verder dan de behandeling van elke patiënt apart, maar missen in hun analyse soms de gevolgen op niet-medisch vlak.

Plichtenethiek:

Een ander deel van de gedachtegang achter de artsencode komt er op neer dat elke mens een waardigheid en autonomie heeft die elke andere mens moet respecteren. Dat is ook de centrale stelling van Immanuel Kant, de Verlichtingsfilosoof die wees op de verantwoordelijkheid die we hebben over ons handelen. Hij stelt dat we vrije rationele wezens zijn, en dat daaruit rechten en plichten voortvloeien, we mogen enkel handelen met respect voor de waardigheid en vrijheid van elke mens. Vandaar de nadruk in de artsencode op autonomie van en respect voor de patiënt.

Het openbloeien van het idee van mensenrechten is de voornaamste historische verwezenlijking van deze filosofie, die ook nu nog brandend actueel blijft. Dat er zoveel aandacht gaat naar pogingen (via taal, via framing) tot het ontmenselijken van groepen zoals bootvluchtelingen of immigranten, zou je kunnen zien als een bevestiging van het feit dat het respect voor de rechten van onze medemens in ieders rechtvaardigheidsgevoel ingebakken zit: het is pas als we anderen niet meer als mens beschouwen, dat ons geweten ons toelaat ze hun rechten te ontzeggen.

Het probleem met het blind toepassen van deze principiële benadering ligt in de schaarste van de middelen. Ook een arts moet soms overgaan tot triage: wie ga ik eerst behandelen en wie kan nog wat wachten? Ander voorbeeld: je kan niet voor elk medicijn eindeloos blijven testen tot je zeker bent dat er echt geen enkel neveneffect op elk mogelijk ander ziektepatroon is. Soms moet je de moed hebben om de knoop door te hakken op het moment dat je zegt dat je je best gedaan hebt en dat de gevolgen van nog meer je best doen negatief zouden zijn. “Le mieux est l’ennemi du bien”.

Ook gevolgenethiek en rechtvaardigheidsethiek nodig?

De richting die de artsen aangereikt wordt via de code en de eed, is gestuurd door deugdethiek en plichtenethiek, het lijkt een prima leidraad omdat het tot actie aanzet, rekening houdt met de rechten van de patiënt en de lat voor arts zelf erg hoog legt. Maar de nood aan een ruimere maatschappelijke blik, en de schaarste van de middelen in onze samenleving, maken dat die deugd- en plicht-aanpak bij maatschappelijke kwesties toch best aangevuld worden met een kritisch onderzoek van de gevolgen.

Elk een individueel moreel kompas dat sporen van de andere ethische concepten in zich draagt.

Ik denk dat virologen, gezondheidseconomen en politici wel degelijk tot compromissen bereid zijn, en oog hebben voor het verschil in de uitgangspunten die horen bij hun specifieke rol. Ze zijn ongetwijfeld allemaal rationeel in staat om de beperkingen van de overheersende ethische redeneervorm in hun ambacht te erkennen, en hebben elk zonder twijfel een individueel moreel kompas dat sporen van de andere ethische concepten in zich draagt.

Ik denk evenwel dat het actief herkennen van het type morele afweging dat jou of je gesprekspartner structureel drijft, kan leiden tot meer bewuste en evenwichtige dialoog. Het (h)erkennen van de individuele verantwoordelijkheid (deugd), én die voor je handelen (plichtethiek) én voor de gevolgen van je acties (gevolgenethiek), is cruciaal bij de beleidsmakers omdat ze alle drie hun plaats hebben in ons ethisch buikgevoel als burger.

PS: Over de rechtvaardigheidsethiek hebben we het later nog wel eens.

Code van de orde der artsen, en de artseneed:

https://www.ordomedic.be/nl/code-2018/inhoud/

https://www.ordomedic.be/nl/orde/artseneed/

18/09/2020 - Extra datum open opleiding "Ethiek: zin in zinderend zinnigs": 12+13 november 2020

9.00 uur – Geetbets: Heerlijckyt van Elsmeren. De opleiding “Zin in zinderend zinnigs”: tweedaagse basisopleiding Ethiek, een praktische toepassing van de grote westerse stromingen in de ethiek.
Prijs: 850,00 € incl BTW voor de tweedaagse opleiding met overnachting. 25% korting voor particulieren, VZW’s en CV’s in de sociale sector.

 

INSCHRIJVEN

 

10/06/2020 - VRT-podcast over ethiek en duurzaamheid in banken

Podvis, vrtnws.be, 10 juni 2020: “Proper geld, bestaat dat?”

Jan Holderbeke zocht het uit, Christine Van Tichel monteerde deze podcast.

Met Koen De Vidts, Sebastien Mortier (Fairfin) en Geert Noels (Econopolis).